Voor wie bedoeld?

Vertegenwoordigers van erfgoedinstellingen en van rechthebbenden hebben in gezamenlijk overleg vastgesteld aan welke criteria een digitaliseringsproject moet voldoen om voor een collectieve toestemmingsregeling in aanmerking te komen. Deze criteria doen recht aan de belangen van beide partijen.


Zo dient er sprake te zijn van een bibliotheek, museum of archief of andere erfgoedinstelling die voor publiek toegankelijk is. Daarbij mag de instelling - in het algemeen maar ook met deze activiteit - niet het behalen van een direct of indirect economisch commercieel voordeel nastreven.

De digitalisering betreft in beginsel uitsluitend werken uit de collectie van de instelling, die onderdeel uitmaken van het Nederlands cultureel erfgoed. Uiteraard zijn de te digitaliseren werken door de instelling rechtmatig verkregen en niet meer commercieel verkrijgbaar. 
De rechten op de te digitaliseren werken berusten bij Nederlandse rechthebbenden dan wel rechthebbenden die (grotendeels) door een Nederlandse collectieve beheersorganisatie kunnen worden vertegenwoordigd. Daarbij is het voor de instelling bezwaarlijk om in contact te treden met alle individuele rechthebbenden.

De gedigitaliseerde werken worden, zolang daarover geen andere afspraken zijn gemaakt met of namens de rechthebbenden, uitsluitend beschikbaar gesteld via een besloten netwerk in de gebouwen van die instelling voor onderwijs, onderzoek of privéstudie. 

De kwaliteit van het gedigitaliseerde werk is zodanig dat de digitale reproductie geen afbreuk kan doen aan de exploitatiemogelijkheden van de oorspronkelijk rechthebbende.