Gedragscode
Gedragscode voor Collectieve Beheersorganisaties op het terrein van het Auteursrecht en Naburige rechten
Overwegingen
Een collectieve beheersorganisatie (CBO) bevordert de totstandkoming, verspreiding en gebruik van door het auteursrecht en de naburige rechten beschermde werken en prestaties, en komt op voor de materiële en immateriële belangen van de rechthebbenden, zijnde makers, uitvoerende kunstenaars en producenten van dit beschermde materiaal, en hun rechtverkrijgenden;
Bij het behartigen van de belangen van rechthebbenden worden ook de belangen van gebruikers en/of betalingsplichtigen geraakt. De bij de Stichting Auteursrechtbelangen aangesloten CBO’s hebben daartoe een aantal - zichzelf bindende - gedragsregels vastgelegd in de onderhavige gedragscode.
Een CBO kan bovendien de totstandkoming van auteurs- of nabuurrechtelijke licenties vereenvoudigen en zodoende bijdragen aan de toegankelijkheid en beschikbaarheid van beschermd materiaal.
Een CBO zorgt voor doeltreffende handhaving van de rechten waarvoor zij verantwoordelijk is, doelmatige inning van vergoedingen en tijdige, correcte en doorzichtige uitkering ervan. Doel hierbij is tevens om bij te dragen aan eerlijke mededingingscondities voor gebruikers en/of betalingsplichtigen. Een CBO zal haar werkzaamheden uitvoeren met best practice als maatstaf;
Deze gedragscode is opgesteld in goed overleg tussen de Stichting Auteursrechtbelangen en de bij haar aangesloten organisaties.
ARTIKEL 1 - BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN EN DEFINITIES
Voor de werking van deze gedragscode wordt verstaan onder:
a. CBO (Collectieve beheersorganisatie): een rechtspersoon, opgericht en bestuurd door rechthebbenden ten aanzien van het auteursrecht, de naburige rechten daaronder begrepen, die in opdracht van en ten behoeve van deze rechthebbenden zonder winstoogmerk op continue basis auteurs- en/of nabuurrechtelijke vergoedingen ontvangt en verdeelt. De CBO als bedoeld in deze gedragscode heeft zich door ondertekening van deze gedragscode bereid verklaard haar na te leven;
b. CvTA: College van Toezicht Auteursrechten als bedoeld in de Wet Toezicht collectieve beheersorganisaties Auteurs- en naburige rechten;
c. Gebruiker en/of betalingsplichtige: de (rechts)persoon die toestemming nodig heeft en/of een vergoeding verschuldigd is uit hoofde van het auteursrecht en de naburige rechten en die een rechtsverhouding heeft met de CBO op grond van een wettelijke verplichting, een licentieovereenkomst danwel als partij bij een standaardovereenkomst of –regeling;
d. Geschillencommissie: een onafhankelijke commissie waaraan geschillen tussen de CBO en de rechthebbende (interne geschillenregeling), de CBO en een gebruiker/betalingsplichtige (externe geschillenregeling) en tussen CBO’s onderling (onderlinge geschillenregeling) kunnen worden voorgelegd;
e. Geschillenregeling: een regeling volgens de voorwaarden in bijlagen II, III en IV van deze gedragscode, middels welke geschillen tussen de CBO en een rechthebbende, de CBO en een gebruiker en/of betalingsplichtige en tussen CBOs onderling in beginsel afgehandeld dienen te worden;
f. Kosten van beheer: de kosten die direct samenhangen met het beheer in de zin van a., waaronder tevens begrepen de kosten van voorlichting en promotie, public affairs, opleidingen en overige gebruikelijke reserveringen en onttrekkingen;
g. Rechthebbende: de bij een CBO (rechtstreeks) aangesloten rechthebbende, alsmede de niet (rechtstreeks) bij een CBO aangesloten rechthebbende voor zover gelijke behandeling volgt uit de statuten of reglementen van de CBO of wettelijk is voorgeschreven;
h. Reglementen: alle reglementen met externe werking van een CBO, waaronder de door de CBO gehanteerde repartitiereglementen;
i. Toezicht: het toezicht op de naleving van deze gedragscode zoals geregeld in artikel 8.
j. Uitkeren: ingevolge statuten of reglementen individueel of collectief verdelen van inkomsten onder rechthebbenden.
ARTIKEL 2 – TOEPASSINGSGEBIED
2.1 Deze gedragscode is van toepassing op de collectieve beheersorganisaties als bedoeld in Bijlage I die deze gedragscode hebben onderschreven.
2.2 Deze gedragscode ziet op de principes van goed collectief beheer en de verhouding tussen CBO’s en rechthebbenden, tussen CBO’s en gebruikers/betalingsplichtigen, en tussen CBO’s onderling.
ARTIKEL 3 – ALGEMENE PRINCIPES VAN GOED COLLECTIEF BEHEER
3.1 De CBO stelt zich op de hoogte van en zal adequaat reageren op behoeften van de rechthebbenden namens wie zij licenties verleent en/of vergoedingen int, alsook van degenen die de licenties gebruiken en/of vergoedingen betalen.
3.2 De CBO zorgt ten behoeve van (aspirant)aangeslotenen c.q. -gebruikers en/of betalingsplichtigen voor deugdelijke informatie, zoals nader geregeld in de artikelen 5 en 6. De CBO zorgt er tevens voor toegerust te zijn om zonodig de verstrekte informatie toe te lichten en zal in dat verband aan (aspirant-)aangeslotenen c.q. -gebruikers en/of betalingsplichtigen haar contactgegevens verstrekken.
3.3 De CBO ontwikkelt en volgt een beleid dat gericht is op de kwaliteitszorg ten aanzien van de dienstverlening naar aangeslotenen en gebruikers en/of betalingsplichtigen.
3.4 De CBO zal jaarlijks een verslag van haar bedrijfsvoering opmaken. De CBO zal in haar jaarverslag een financiële verantwoording opnemen die gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in Boek 2, Titel 9 BW, een en ander voor zover relevant gezien de rechtsvorm en activiteiten van de CBO. Met inachtneming van artikel 8 lid 3 wordt een afwijking toegelicht in het jaarverslag.
3.5 Het jaarverslag verschaft tenminste duidelijk inzicht in de geldstromen uit hoofde van inning en verdeling. Voorzover mogelijk en relevant splitst de CBO de inning en verdeling uit naar categorieën van zowel gebruikers en/of betalingsplichtigen als rechthebbenden.
3.6 Uit het jaarverslag blijkt welk gedeelte van de incasso-inkomsten in een boekjaar is aangewend voor de kosten van beheer. Deze kosten zullen in redelijke verhouding staan tot de geleverde diensten en zullen in het jaarverslag deugdelijk worden verantwoord.
3.7 Het jaarverslag omvat naast een financieel verslag tevens een sociaal verslag en bevat voor het overige informatie over:
- opbrengsten uit specifieke inhoudingen
- bestedingen uit die inhoudingen
- onttrekkingen aan het resultaat ten behoeve van fondsen en reserveringen, en
- de soort en de resultaten van beleggingen.
3.8. De CBO dient zich - bij voorkeur in samenwerking met andere CBO’s - bezig te houden met of een bijdrage te leveren aan passende activiteiten om de kennis van rechthebbenden, gebruikers en het algemene publiek te bevorderen over het belang van intellectuele eigendom, de rechten die dit eigendom beschermen en de rol en de taken van CBO’s bij het beheren van rechten in het algemeen.
3.9 De volgende informatie zal door de CBO worden openbaar gemaakt middels publicatie op haar eigen website en die van de brancheorganisatie en zal op eerste verzoek kosteloos ter beschikking worden gesteld aan rechthebbenden en, indien het hen aangaat, gebruikers:
- het jaarverslag
- statuten, repartitie- en overige reglementen, alsmede recente wijzigingen voorzover nog niet verwerkt in de hier genoemde documenten
- de interne en externe geschillenregeling en
- overige regelingen die extern van aard zijn.
3.10 De CBO zorgt ervoor dat haar werknemers op de hoogte zijn van de (inhoud van) deze gedragscode en dat zij deze te allen tijde naleven. De werknemers van de CBO treden de rechthebbenden en gebruikers en/of betalingsplichtigen correct tegemoet en stellen zich jegens hen hulpvaardig op.
3.11 Een CBO draagt zorg voor een (interne) geschillenregeling voor bij haar aangesloten rechthebbenden en een (externe) geschillenregeling voor haar gebruikers en/of betalingsplichtigen, een en ander conform de voorwaarden als bedoeld in respectievelijk de bijlagen II en III van deze gedragscode. De code voorziet ook in een geschillenregeling tussen CBOs onderling, zie bijlage IV.
ARTIKEL 4 – PRINCIPES VAN GOED COLLECTIEF BEHEER INZAKE DE CBO ZELF
4.1 Het bestuur van de CBO is verantwoordelijk voor een goede bestuursstructuur. Het waakt over een adequate toepassing van deze gedragscode en zorgt voor een periodieke toetsing daarvan.
4.2 Het bestuur is belast met het besturen van de CBO, hetgeen onder meer inhoudt dat het verantwoordelijk is voor de realisatie van de doelstellingen van de CBO, de strategie en het beleid en de daaruit voortvloeiende ontwikkeling van de resultaten. Het bestuur is verantwoordelijk voor de naleving van alle relevante wet- en regelgeving en de beginselen van behoorlijk bestuur, het beheersen van de risico’s verbonden aan de activiteiten van de CBO en het financieel beleid van de CBO. Het bestuur rapporteert hierover aan en bespreekt de interne risico’s en controlesystemen met het toezichthoudend orgaan.
4.3 Het bestuur van de CBO zal zodanig zijn samengesteld dat alle categorieën van door de CBO vertegenwoordigde rechthebbenden op evenwichtige wijze in het bestuur zijn vertegenwoordigd. De vertegenwoordiging kan rechtstreeks zijn, of geclusterd in twee of meer categorieën van rechthebbenden. De statuten van een CBO zullen waarborgen bevatten om belangenverstrengeling te voorkomen.
4.4 Doel van de CBO is haar organisatie, systemen en werkprocessen zo in te richten dat een integere werkwijze kan worden gegarandeerd.
4.5 De CBO treft maatregelen om te voorkomen dat informatie waarvan redelijkerwijs duidelijk is dat deze vertrouwelijk moet worden behandeld, in handen van onbevoegde derden komt. De CBO beschermt de persoonlijke levenssfeer van personen waarvan de zorg aan haar is toevertrouwd.
ARTIKEL 5 – PRINCIPES VAN GOED COLLECTIEF BEHEER JEGENS RECHTHEBBENDEN
5.1 De CBO behandelt rechthebbenden in gelijke gevallen gelijk, met inachtneming van haar statuten en reglementen.
5.2 Ter gelegenheid van een aansluiting verstrekt de CBO aan de rechthebbende een volledige set van haar statuten en reglementen. De statuten en reglementen van een CBO geven een duidelijk inzicht in de rechten en plichten van rechthebbenden.
5.3 Binnen de grenzen gesteld door de wet, statuten en reglementen heeft een rechthebbende inspraak in de aanpassingen van de statuten en reglementen, of de formulering en vaststelling van nieuwe reglementen. De CBO stelt haar rechthebbenden in de gelegenheid de inspraak naar behoren te effectueren.
5.4 De CBO stelt rechthebbenden op de hoogte van aanpassingen van statuten en reglementen, en van nieuwe reglementen zodra deze zijn vastgesteld en gereed zijn voor verspreiding.
5.5 De CBO verdeelt vergoedingen op basis van repartitiereglementen. De actualiteit en bruikbaarheid van repartitiereglementen zullen minimaal ééns in de vijf jaar worden getoetst. In haar jaarverslag doet de CBO verslag van de uitkomst van deze toetsing.
5.6 De hoogte van de individueel uit te keren vergoeding geeft de mate weer waarin gebruikers en/of betalingsplichtigen gebruik maken van de desbetreffende werken of prestaties. Indien een nauwkeurige verhouding tussen gebruik en vergoeding slechts mogelijk is tegen onevenredig hoge kosten, berekent de CBO de uit te keren vergoeding door middel van steekproeven, onderlinge vergelijking met of toepassing van de verdeling bij overeenkomstige gebruikscategorieën of soortgelijke middelen, tenzij de CBO gronden aanwezig acht om tot een afzonderlijke repartitiegrondslag te komen.
5.7 De CBO laat een individuele uitkering vergezeld gaan van een duidelijke beschrijving van de toegepaste verdelingsregels, inhoudingen en bijzondere ophogingen of verlagingen, opdat de rechthebbende een duidelijk inzicht krijgt in de berekening van het uitkeringsbedrag.
5.8 De CBO informeert haar rechthebbenden over ontwikkelingen die belangrijk zijn voor de incasso en verdeling wanneer te verwachten is dat deze ontwikkelingen van beduidende invloed kunnen zijn op de hoogte van uit te keren vergoedingen.
ARTIKEL 6 - PRINCIPES VAN GOED COLLECTIEF BEHEER JEGENS GEBRUIKERS
6.1 De CBO behandelt haar gebruikers en/of betalingsplichtigen in gelijke gevallen op gelijke wijze.
6.2 Aan gebruikers en/of betalingsplichtigen die bereid zijn de terzake geldende vergoeding te voldoen en zich aan de overige geldende voorwaarden houden zal een CBO de gevraagde licentie niet onthouden, tenzij de individuele rechthebbende in het mandaat aan de CBO zich het recht heeft voorbehouden deze toestemming alsnog te weigeren om hem of haar moverende redenen. Een CBO kan daarnaast een licentie aan gebruikers of betalingsplichtigen onthouden, indien zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat met het gebruik van de licentie rechten van derden geschonden zullen worden en/of dat de licentie op andere wijze oneigenlijk zal worden gebruikt.
6.3 CBO’s die werkzaam zijn in dezelfde sector van gebruikers en/of betalingsplichtigen streven er naar om, zoveel als redelijkerwijs mogelijk en efficiënt is, gezamenlijk op te treden ten aanzien van licentieverlening, facturering, informatievoorziening en/of overige dienstverlening.
6.4 Gezamenlijk optreden als hiervoor bedoeld ligt wat betreft facturering in de rede wanneer:
- de betrokken CBO’s met dezelfde gebruiker een duurzame contractuele relatie hebben;
- de gehanteerde parameters om de vergoedingsgrondslag te bepalen dezelfde zijn;
- de bestanden uitwisselbaar zijn;
- de gerechtvaardigde belangen van bepaalde (groepen) van rechthebbenden hierdoor niet onevenredig geschaad worden en
- betalingstermijnen en –condities geen belemmering vormen.
6.5 De CBO handelt transparant en servicegericht naar al haar gebruikers en/of betalingsplichtigen door ten aanzien van hen:
- volledig en duidelijk te zijn over tarieven en andere op de desbetreffende categorie van gebruikers en/of betalingsplichtigen van toepassing zijnde licentievoorwaarden, standaardovereenkomsten of –regelingen, waaronder de gehanteerde definities, parameters en de op basis van deze parameters en andere toepasselijke gegevens berekende licentieprijs;
- volledig en duidelijk te zijn over de vergoedingsgrondslagen;
- duidelijkheid te geven over de betalingstermijnen en over welke gevolgen aan overschrijding van die termijnen verbonden zijn;
- waar dat mogelijk is en zinvol kan zijn samen met andere CBOs te streven naar harmonisatie van vergoedingsgrondslagen en –parameters;
en door desgevraagd:
- te verwijzen naar de wettelijke bepalingen en/of rechtspraak waarop het toestemmingsvereiste en/of de betalingsplicht is gefundeerd, en naar individuele machtigingen van aangesloten rechthebbenden indien van toepassing op het desbetreffende gebruik;
6.6 Voorzover de Auteurswet of de Wet Naburige Rechten niet anders bepalen, en voorzover rechthebbenden niet individueel een tarief hebben voorgeschreven, stelt de CBO tarieven vast na onderhandelingen met representatieve organisaties van de desbetreffende categorie van gebruikers en/of betalingsplichtigen.
6.7 De CBO werkt eraan mee dat deze onderhandelingen open kunnen worden gevoerd en dat ze gelegenheid geven aan de vertegenwoordigers van betrokken gebruikers en/of betalingsplichtigen om hun argumenten volledig te presenteren. Indien onderhandelingen niet tot resultaat leiden, of indien geen onderhandelingsplatform beschikbaar is, wordt bij vaststelling van het tarief zo mogelijk rekening gehouden met de gebruikelijke vergoedingshoogte bij andere relevante categorieën van gebruikers.
ARTIKEL 7 – PRINCIPES VAN GOED COLLECTIEF BEHEER TUSSEN CBO’S ONDERLING
7.1. CBO’s kunnen als verdeelorganisatie zijn aangewezen door en verbonden zijn aan een CBO die aangemerkt dient te worden als een innende organisatie. Dit artikel heeft in de eerste plaats betrekking op de verhouding tussen een dergelijke innende organisatie en de (verdelende) CBO.
7.2. De statuten en reglementen van de innende organisatie bepalen de rechten en plichten van de (verdelende) CBO. De verdelende CBO legt verantwoording af aan het bestuur van de innende organisatie over de verdeling. De innende organisatie kan de aanwijzing van de desbetreffende CBO als verdeelorganisatie intrekken wanneer die CBO ernstig tekortschiet in de uitvoering van de taken die haar zijn toevertrouwd in de statuten en/of reglementen van de innende organisatie.
7.3. Het bestuur van de innende organisatie stelt een procedure vast om kwesties van ernstige aard inzake de taakuitvoering door een (verdelende) CBO slagvaardig en effectief tot een oplossing te brengen.
7.4 De (verdelende) CBO zal het bestuur van de innende organisatie jaarlijks voor 1 juli een repartitierapport zoals voorgeschreven door het CvTA voorleggen waaruit blijkt hoe de CBO de uitkeringen heeft verdeeld die zij in het voorgaande jaar van de innende organisatie heeft ontvangen.
7.5 In haar repartitierapport zal de verdeelorganisatie een overzicht opnemen van saldi van onverdeelde gelden, onder vermelding van het jaar van ontvangst. De innende organisatie zal in overleg treden met de (verdelende) CBO wanneer gelden gedurende drie jaar niet in verdeling konden worden genomen over een aanpak die ertoe leidt dat de achterstand wordt weggewerkt.
7.6 De resultaten van de verdelingen worden in overleg met de betrokken (verdelende) CBO beknopt in het jaarverslag van de innende organisatie opgenomen.
7.7 De innende CBO zal van door haar aan te wijzen verdelende CBO’s verlangen dat deze de beginselen van deze Gedragscode onderschrijven.
ARTIKEL 8 – BEHEER VAN DE GEDRAGSCODE EN SANCTIE OP DE NIET NALEVING VAN DE CODE
8.1 (Overgangsbepaling) De Stichting Auteursrechtbelangen zal het beheer van deze gedragscode en het toezicht op de naleving daarvan overdragen aan de Vereniging [Brancheorganisatie] [verder: de vereniging) op het moment van oprichting van deze vereniging.
8.2 Niet naleving van de gedragscode kan leiden tot schorsing van het lidmaatschap van, of royement uit de vereniging. Het verlies van het lidmaatschap van de vereniging gaat automatisch gepaard met het verlies van de status van aangeslotene van de Stichting Auteursrechtbelangen.
8.3 In de volgende gevallen stelt het bestuur het royement van een CBO aan de Ledenvergadering voor:
a. de CBO overtreedt de code bij herhaling en/of
b. de CBO geeft zelfs na indringend verzoek van het bestuur geen uitvoering aan voorschriften in de code en/of
c. de CBO schendt de code op dusdanig ernstige wijze dat een ander lid, of andere leden daar direct schade van ondervinden.
8.4 Bij royement wordt de CBO geschrapt uit de lijst van CBOs die de code hebben onderschreven. Enig door de vereniging uitgegeven predikaat of keurmerk met betrekking tot het lidmaatschap van de vereniging, of tot verbondenheid aan de gedragscode mag met onmiddellijk ingang niet meer door de geroyeerde CBO worden gevoerd. De vereniging zal het besluit tot royement openbaar maken op een door haar wenselijk geachte wijze.
8.5 Alvorens te besluiten tot voorlegging zoals bedoeld in artikel 8.3 wint het bestuur advies in van een adviescommissie. Het bestuur van de vereniging voorziet de adviescommissie van alle informatie die noodzakelijk is om tot een juiste afweging te komen. De werkwijze van de adviescommissie is verder in het huishoudelijk reglement van de vereniging geregeld.
8.6 De adviescommissie bestaat uit een jurist als onafhankelijke voorzitter, benoemd door de Ledenvergadering op voordracht van het bestuur. De voorzitter van de adviescommissie zoekt een lid aan met een financieel-economische achtergrond en een lid met expertise op het terrein van het collectieve beheer van rechten, en draagt deze personen voor ter benoeming door de Ledenvergadering.
8.7 Het bestuur van de vereniging kan om de hierboven in artikel 8.3 genoemde redenen a. en b. besluiten tot schorsing van het lidmaatschap van een CBO.
8.8 De statuten van de vereniging voorzien in een zorgvuldige procedure van wederhoor voor de CBO die is geschorst, of ten aanzien van wie het voorstel tot royement is voorgelegd aan de Ledenvergadering.
8.9 Schorsing en royement uit de vereniging, en verlies van de status van aangeslotene van de Stichting Auteursrechtbelangen, zijn geregeld in de statuten van de vereniging en de Stichting Auteursrechtbelangen.
ARTIKEL 9 – SLOTBEPALINGEN
9.1 Deze gedragscode treedt in werking op 3 april 2008.
Lijst van deelnemende collectieve beheersorganisaties
- Buma, Vereniging
- Leenrecht, Stichting
- LIRA, Stichting
- Musi©opy, Stichting
- NORMA, Stichting
- Pictoright, Stichting
- Platform Multimediaproducenten
- PRO, Stichting
- Reprorecht, Stichting
- SEKAM
- SEKAM VIDEO
- STAP
- SENA
- Stemra, Stichting
- Stichting Verdeling Videoproducenten
- Thuiskopie, Stichting de
- VEVAM
-
Terug naar boven