Persoonlijkheidsrechten van uitvoerend kunstenaars


Er bestaat een persoonlijke band tussen de uitvoerend kunstenaar en zijn/haar uitvoering. De
Wet op de Naburige Rechten kent aan de uitvoerende kunstenaar dan ook een aantal specifieke rechten toe die deze band beschermen. Deze rechten worden ook wel
(vandaar de naam) de persoonlijkheidsrechten genoemd.

De uitvoerende kunstenaar heeft, zelfs nadat hij zijn exploitatierechten heeft overgedragen:
a.  het recht zich te verzetten tegen de OPENBAARMAKING van de uitvoering ZONDER VERMELDING VAN ZIJN NAAM of andere aanduiding als uitvoerende kunstenaar tenzij het verzet zou zijn in strijd met de redelijkheid;
b.  het recht zich te verzetten tegen de OPENBAARMAKING van de uitvoering ONDER EEN ANDERE NAAM dan de zijne, alsmede tegen het aanbrengen van enige WIJZIGING in de wijze waarop hij is aangeduid, voorzover deze naam of aanduiding in verband met de uitvoering is vermeld of openbaar is gemaakt;
c.  het recht zich te verzetten tegen ELKE ANDERE WIJZIGING IN DE UITVOERING, tenzij deze wijziging van zodanige aard is dat het verzet in strijd zou zijn met de redelijkheid;
d.  het recht zich te verzetten tegen ELKE MISVORMING, VERMINKING of ANDERE AANTASTING van de uitvoering, die NADEEL zou kunnen toebrengen aan de EER of de NAAM van de uitvoerende kunstenaar of aan zijn WAARDE in deze hoedanigheid.

De uitvoerende kunstenaar kan zich er dus tegen verzetten dat zijn uitvoering openbaar wordt gemaakt zonder vermelding van zijn naam of onder vermelding van de naam van iemand anders. Ook kan hij zich verzetten tegen veranderingen of verminking van zijn uitvoering. Te denken valt hierbij aan het verwerken van zijn uitvoering in collages, het toevoegen van geluidssporen of het plaatsen van zijn prestatie in een geheel ander kader dan bedoeld.

Al deze rechten zijn persoonlijk en kunnen daarom niet worden overgedragen. Persoonlijkheidsrechten kunnen bij leven van de uitvoerende kunstenaar dus – in tegenstelling tot alle andere (exploitatie)rechten - nooit in handen komen van iemand anders. Van het recht onder d. kan bovendien nooit afstand worden gedaan.

Overlijdt de naburig rechthebbende, dan komen zijn naburige (exploitatie)rechten automatisch in handen van zijn wettelijke of testamentaire erfgenamen. Een uitzondering hierop vormen de persoonlijkheidsrechten, die immers aan de persoon gebonden zijn. Deze vervallen bij overlijden, tenzij de overledene bij codicil of testament iemand heeft aangewezen om deze rechten uit te oefenen.