Persoonlijkheidsrechten

Tussen de maker en zijn werk bestaat een nauwe, persoonlijke band. De reputatie van de auteur wordt immers door zijn werk(en) bepaald. De Auteurswet geeft bijzondere rechten die deze reputatie beschermen: de zogenaamde persoonlijkheidsrechten (ook wel 'morele rechten' genoemd).

Deze rechten houden in dat de maker van het werk bezwaar kan maken als zijn werk bijvoorbeeld onder een andere naam dan zijn eigen wordt uitgegeven. Ook kan de maker optreden als zijn werk door anderen wordt verminkt of aangetast. Denk bijvoorbeeld aan een dikke rode streep die iemand door een schilderij heen zet, of een beeldhouwwerk dat in twee helften wordt gesplitst zonder dat eerst aan de maker te vragen. Bovendien kan de maker zich verzetten tegen andere wijzigingen die in het werk worden aangebracht, maar dat alleen als het verzet niet in strijd is met de redelijkheid.
 
De maker kan zich ook verzetten tegen eventuele aantastingen van zijn werk door de exploitant ervan. Een auteur hoeft bijvoorbeeld niet te dulden dat de uitgever zijn verhaal zo verandert of vervormt dat hij er redelijkerwijs niet meer achter kan staan. Of een illustrator kan optreden als een illustratie zonder zijn naam, of onder andermans naam verschijnt.

Persoonlijkheidsrechten zijn niet aan iemand anders over te dragen. De maker houdt altijd zijn persoonlijkheidsrechten, ook als hij zijn auteursrechten bijvoorbeeld aan een uitgever heeft overgedragen. Wel kan eventueel afstand worden gedaan van een deel van de persoonlijkheidsrechten. De auteur spreekt dan bijvoorbeeld met de uitgever af dat hij zich niet zal verzetten tegen het weglaten van de naamsvermelding of tegen het aanbrengen van wijzigingen in het werk.
Van het recht om bezwaar te maken tegen verminking of aantasting van een werk of tegen het wijzigen van de naam van de auteur kan echter nooit afstand worden gedaan. Dit persoonlijkheidsrecht behoudt de maker dus altijd.
 
Een uitzondering geldt voor de personen die aan een film hebben meegewerkt. Van hen wordt verondersteld dat zij afstand hebben gedaan van het recht om zich te verzetten tegen het aanbrengen van wijzigingen in hun bijdragen.
 
Na het overlijden van de auteur gaan de auteursrechten automatisch over op de erfgenamen of een andere partij die de auteur in een testament heeft aangewezen. Persoonlijkheidsrechten vererven echter niet vanzelf. De auteur kan wel testamentair iemand aanwijzen die na zijn overlijden zijn persoonlijkheidsrechten kan uitoefenen. De Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers (BNO) heeft voor dat doel een codicil ontworpen. Het codicil is gratis te downloaden via de website van de BNO.