









Louter door een werk in de zin van de Auteurswet – dus een werk van letterkunde, wetenschap of kunst – te maken, komt er op dat werk auteursrecht te rusten. Dat geldt ook als het werk misschien nog niet helemaal af is. Ook een ‘kladje’ of een niet helemaal gelukte of zelfs afgekeurde voorstudie kan best een ‘werk’ zijn dat voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. De bescherming ontstaat dus helemaal automatisch (en gratis).
Het is dus niet nodig - en bovendien niet eens mogelijk - om auteursrecht aan te vragen, of in een register te laten inschrijven, of om uw werk te voorzien van woorden als ‘auteursrecht voorbehouden’.
Om de buitenwereld te laten weten dat u de maker van het werk bent (en daarmee dus ook de auteursrechthebbende) kunt u natuurlijk wel uw naam en de datum waarop u het werk gemaakt hebt bij of op het werk vermelden.
U kunt ook een zogenaamde ‘copyright notice’ op uw werk aanbrengen: de welbekende © (de c van copyright in een cirkel), gevolgd door het jaartal en uw naam. Daarmee geeft u in feite aan dat u de maker/auteursrechthebbende bent van het werk en dat u daar ook belang aan hecht. Bovendien wordt het daarmee iets duidelijker dat u degene bent aan wie toestemming moet worden gevraagd om uw werk op een of andere wijze openbaar te maken of te verveelvoudigen. Want daarover hebt u als enige de zeggenschap!
Omdat er in Nederland (en in de meeste andere landen ter wereld) niet zoiets bestaat als een register waar auteursrechten kunnen worden vastgelegd, is het soms lastig om te bewijzen dat u het auteursrecht op een werk hebt. Er zijn wel enkele mogelijkheden om uw bewijspositie met betrekking tot het tijdstip waarop u het werk gemaakt hebt te versterken. Zie daarvoor: Hoe kan ik bewijzen dat ik auteursrecht heb?