Beschermingsduur van naburige rechten

De naburige rechten op uitvoeringen, geluidsdragers en omroepprogramma's vervallen na vijftig jaar, gerekend vanaf het einde van het jaar waarin:

- de uitvoering heeft plaatsgehad en/of
- de geluidsdrager is uitgebracht en/of
- het omroepprogramma is uitgezonden

Het auteursrecht geldt tot zeventig jaar na de dood van de maker (o.a. componisten en tekstdichters) van een werk. Anders dan bij het auteursrecht, gaat het bij de beschermingsduur van naburige rechten in eerste instantie niet om de persoon, maar om bescherming van de uitvoering en de opname daarvan.

Als het dus gaat om een ‘recente’ (minder dan 50 jaar oude) uitvoering of opname van een ‘oud’ (meer dan 70 jaar na de dood van de maker gemaakt) werk, dan kan het gebeuren dat de geluidsdrager mogelijk wel nog beschermd wordt door naburige rechten, terwijl er geen auteursrecht meer rust op het werk in kwestie. Dit geldt veelal voor geluidsdragers met klassieke werken van bijvoorbeeld Beethoven, Mozart of Bach.

Overlijdt de naburig rechthebbende, dan komt zijn naburig recht automatisch in handen van zijn wettelijke of testamentaire erfgenamen. Een uitzondering hierop vormen de persoonlijkheidsrechten.